“Luisteraars melden ons dat er een vliegtuig is neergestort op Schiphol…” twitterde Lara Rense exact een jaar geleden, om 10.37 uur. Als eerste. Het begin van dagenlange berichtgeving vanuit het weiland, ik zie de Jeroen de Jagers en Martijn Binks nog staan. En wat ik mij ook nog herinner: passagier Henk Heijloo aan de keukentafel, z’n overhemd nog met bloedvlekken.
“Hoe gaat het nu met u?” vraagt Rense een jaar later aan hem. “Naar omstandigheden, zal ik maar zeggen.” Heijloo is op dit moment aan het revalideren van drie hernia’s. Rense hoort van veel mensen dat ze er nog dagelijks aan denken. Ook Heijloo is er niet overheen: “Iedere stap die je zet, voel je en zet je weer in verband met de klap van vorig jaar.” Sinds een paar maanden heeft hij weer last van slecht slapen en concentratiestoornissen. “Op advies van de GGD ben ik weer begonnen met gesprekken met een psycholoog.”
Belangen
“Meneer Heijloo,” begint Marcel Oosten vervolgens, “Heeft u nog contact met medepassagiers van toen?” Dat heeft hij, onder meer door de stichting die hij heeft opgericht om de belangen van de passagiers te behartigen. “We zitten nu in afwachting van het rapport van Van Vollenhoven, maar zijn al met advocaten bezig om op individueel niveau de letselschades te verhandelen.”
Het beeld dat ik krijg van meneer Heijloo, is niet al te rooskleurig. Lichamelijke problemen, psychische problemen en verwikkeld in advocatenrompslomp. Iemand die alleen maar kan wensen dat hij regelmatig een psycholoog ziet, is de Turkse passagier die correspondent Bram Vermeulen in Istanbul opzoekt. Een bloemenkweker, die een jaar geleden naar Nederland vloog om bloemen te kopen.
Paniek
“Natuurlijk herinner ik mij nog ontzettend goed wat er gebeurde. Plotseling begon het vliegtuig hele rare bewegingen te maken. Mensen raakten in paniek, met name de Amerikaan die naast mij zat,” beschrijft hij. “En u?” vraagt Vermeulen. “Ik deed mijn handen op mijn knieën en wachtte af wat er ging gebeuren.” In zijn volgende herinnering zit hij – nog in zijn vliegtuigstoel – in de modderige akker. “Toen ik mij realiseerde dat ik buiten het vliegtuig was, begon ik rare vragen te stellen, zoals ‘Zijn we dan al door de paspoortcontrole geweest?’”
“Ik voel mij nog niet goed,” vertelt de man. “Het gaat helemaal niet goed: ik slaap slecht, ik zie weinig van het sociale leven.” En in Istanbul is er niemand die hem helpt. “Niemand zorgt voor mij.” Turkish Airlines neemt geen contact op, alleen de Nederlandse GGD belt de man maandelijks. “De enige die echt naar mij omkijken, zijn de Nederlanders. Daardoor voel ik mij beter. Ik had het niet beter kunnen treffen, de Nederlanders zijn de enigen die echt voor mij zorgen.”
Tijdens het gesprek met Henk Heijloo van een jaar geleden, is de vrouw van Heijloo een bloemen in vazen aan het zetten. Een ware bloemenzee was het, allemaal steunbetuigingen. De Turkse man moet het doen met een keer per maand een telefoontje. Hoe groot kan het contrast zijn…

Er zijn nog geen reacties op dit bericht
Reageer:
Op de hoogte van de reacties via de RSS 2.0 feed.