door Hansje Hardenberg
Inmiddels is voor ons luisteraars het doek gevallen. Afgelopen woensdag hoorden we Govert van Brakel voor het laatst als presentator van de middageditie van het Radio 1 Journaal. Maar wat voor ons het eind van de wereld lijkt, is voor Govert ook – en misschien wel vooral – een nieuw begin. Er liggen tenslotte nog mooi jaren voor hem, met heel veel vrije tijd. Of ziet hij deze nieuwe periode nu nog meer als het beruchte zwarte gat?
“Het Zwarte Gat? Ach, ik maak me er niet zo druk om. Er moet een nieuwe structuur worden gevonden. Ik val af en toe in bij Omroep Max op radio 5 Nostalgia, doe wat opleidingsklussen zo her en der in de regio. Dus er blijft nog wel wat te doen, gelukkig. En ik zou wel een mooi boek willen schrijven. Nee, niet over mijn eigen radiojaren… een boek met een substantieel onderwerp. Daar ga ik nog niks over zeggen, misschien wordt het wel niks.”
Je bent min of meer toevallig in het vak gerold. Toch wilde je altijd al bij de radio. Wie waren in jouw jeugd – en misschien ook later – je grote voorbeelden?
Uitgaan van eigen kracht
“Grote voorbeelden… Eerlijk gezegd ben ik altijd van mijn eigen kracht uitgegaan. Ik heb nooit een imitatie willen zijn van welke voorganger dan ook, laat staan een kloon. Elke presentator hoort zijn eigen verbaliteit los te laten op de onderwerpen en domme zinnetjes weg te laten. ‘Nou nou, u durft’ of ‘O ja?’ Dat zijn kunstjes. Je moet volwassen spreken en niet extra duur doen, anders val je snel door de mand. Je bewust zijn van wat je doet en hoe je het doet. Niet op hoge toon kritisch willen lijken. Vanuit die uitgangspunten had ik wel voorbeelden die mij hebben geïnspireerd. Willem Ruis, in zijn goeie radiojaren; soepele stem, mooie formuleringen. Een echte presentator. En de nu vergeten voetbalverslaggever Wim Hogendoorn van de Vara, in de jaren zestig, begin zeventig. Het leek zo makkelijk, zijn manier van praten en formuleren, zonder haperingen. TV-collega Herman Kuiphof: mild, licht ironisch, relativerend. Hij kon een verloren finale een drama noemen, maar voegde er dan meteen aan toe dat er ergere dingen in de wereld gebeuren. Nooit schreeuwerig, niet lawaaierig. Vertellen wat je ziet, enthousiast maar beschaafd.
Dat vond en vind ik ook het mooiste aspect van radiomaken. Rechtstreeks verslag doen van maakt niet uit wat. Vertellen wat je ziet, wat je waarneemt, in je eigen woorden. Dat vond ik altijd het mooiste onderdeel van het vak.”

Kennis en kunde
Je hebt ruim dertig jaar radio gemaakt. Wat zou je jouw ‘motto’ willen noemen voor een goede uitoefening voor het vak?
“Ik heb niet echt een motto gehad. Wel hield ik mezelf altijd voor: ‘kennis en kunde houden een presentator op de been’. Kennis doe je permanent op en heb je, kunde is een combinatie van ‘talent’ en concentratie.”
En welk advies zou je aan je opvolger willen meegeven?
“Mijn advies aan welke opvolger dan ook: wees jezelf, vertrouw op je eigen kennis en vaardigheden, raak nooit in paniek, wees geconcentreerd en ontspannen tegelijk. En, ook heel goed om te onthouden: het komt meestal wel goed, en in het ergste geval is er altijd morgen een nieuwe kans.
Goed luisteren
In die opmerkingen liggen al een paar factoren opgesloten die iemand tot een goede presentator maken. De ‘kunst’ om vragen voor te lezen die de redactie heeft voorgeproduceerd, is maar een heel klein onderdeel van het hele vak. Een uitzending ‘dragen’ is andere koek. Je moet de gastheer van de uitzending zijn. Nu eens met een glimlach, dan weer wat strenger…

En altijd goed luisteren naar de antwoorden. Eigenlijk is dat de essentie van ons vak. In elk antwoord ligt uiteindelijk een vervolgvraag besloten. Je moet de vraag kunnen stellen die logisch voortvloeit uit het voorafgaande; de vraag stellen die een luisteraar op datzelfde moment op de lippen brandt. Niet aan de kant gaan staan van de deskundige, niet bij hem of haar willen horen, maar er echt zijn voor de toehoorder. Je moet ook geen vragen stellen met daarin je eigen antwoorden daarin verpakt. ‘Wat is de oplossing? Meer geld waarschijnlijk, of beter nadenken misschien, of’… Hoe vaak hoor je het niet? Je moet jezelf klein durven maken of houden, ook al weet je het antwoord al – of dénk je het te weten. En je moet er zijn als de redactie wordt ingehaald door het nieuws; dan moeten je medewerkers de overhoop gehaalde inhoud van de rest van het programma in goed vertrouwen aan de presentator kunnen overlaten. De redactie moet te allen tijde kunnen vertrouwen op je kennis en presentatievaardigheden.”
Zondagskind
En nu?
“Wat mij nu te wachten staat? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik het werk en de collega’s ga missen. De studio was mijn jas en mijn huiskamer. Ik ben niet van de generatie die een sabbatical opnam, van ouderschapsverlof had nog niemand gehoord en backpacken was nog niet uitgevonden. Dus ik heb altijd gewerkt. Gelukkig was er altijd werk genoeg en, nog prettiger: ik mocht doen wat ik altijd al wilde..werken bij de radio. Hier spreekt een zondagskind, letterlijk en figuurlijk. Vrijwel altijd heb ik in mijn loopbaan de wind in de rug gehad. Natuurlijk was er zo her en der wel eens een conflictje en natuurlijk had ik ook wel eens een tegenslagje, maar overall ben ik zeer tevreden.
Wat ik, denk ik, vooral zal missen is het feit dat ik erbij was als er grote dingen gebeurden in de wereld. Oorlogen, gijzelingen, regimewissels, kabinetscrises, de val van een bank. Ik zat altijd met mijn neus vooraan. Ja, dat zal ik missen: het laatste nieuws als eerste weten en mogen doorgeven.
Natuurlijk blijf ik het nieuws volgen. Die ‘hobby’ stopt niet met een vertrek bij de NOS. Het zal alleen anders zijn dan nu. Ik ‘moet’ niks meer, dus ik kan met een gerust hart uitzendingen overslaan.
Wie ik ook erg ga missen, zijn de mensen met wie ik elke middag aan het Radio 1 Journaal werkte. Het waren vaak dezelfde collega’s: techniek, regie, eindredactie en redactie. De vertrouwdheid, de flauwe grappen op weg naar een berg serieuzigheid… In dat opzicht zal het nu wel érg stil gaan worden.”
De onderste foto bij dit interview is gemaakt door Marc-Robin Visscher
Het eerste deel van het interview is gepubliceerd op 25 oktober

1 Robbie // Nov 1, 2009 at 12:21 am
Mooi interview, Hansje! Erg leuk om te lezen. En hij heeft goede lessen voor de ‘nieuwe generatie’, van mij mag hij op de School voor Journalistiek ook wel eens langskomen!
2 Jeanne // Nov 1, 2009 at 8:07 am
Helemaal eens met Robbie: mooi interview en lessen die beginnende presentatoren moeten uitknippen en aan hun monitor hangen.
Mooie foto’s ook!
3 Helen // Nov 1, 2009 at 8:32 am
“‘Nou nou, u durft’ of ‘O ja?’ Dat zijn kunstjes. Je moet volwassen spreken en niet extra duur doen, anders val je snel door de mand. Je bewust zijn van wat je doet en hoe je het doet. Niet op hoge toon kritisch willen lijken.”
Dat kan Lara Rense in haar zak steken…..
4 Jaap // Nov 1, 2009 at 11:22 am
Jammer dat Nederland zo’n klein taalgebied is, anders zou Govert de aangewezen persoon zijn om een standaardboek te schrijven à la Valerie Geller’s Creating Powerfull Radio. Maar wie weet …
5 Peter Franken // Nov 1, 2009 at 11:27 am
Govert en Geraniums.
Dat wordt het niet, zo proef ik uit je interessante artikel Hansje!
Wie gaat Govert’s boek recenseren Fanloggers?
Schrijven Govert
6 Gerard // Nov 1, 2009 at 11:45 am
Als ik dit zo lees ben ik érg benieuwd wie van zijn nu ex-NOS-collega’s Govert van Brakel als presentator kan waarderen.
7 Anjo // Nov 1, 2009 at 4:54 pm
Mooi interview Hansje. Ik heb dit deel ook weer met plezier gelezen.
Misschien zou Govert eens luisterboeken kunnen inspreken? Of nog beter er eerst zelf één schrijven en dat dan inspreken.
8 yoap // Nov 1, 2009 at 10:32 pm
Ja, mooi stukkie.
Ware woorden van Govert over “jezelf klein maken”, nieuws en luisteraar zijn er niet tot meer eer en glorie van de presentator. dienende presentatie kan even bepalend zijn als meer op de voorgrondtredende presentatie.
Misschien over een paar jaar samen met @mofkont eens een boek schrijven over nieuwsradio. Eerder mag ook.
Nog een keer: govert bedankt !
9 Sherida Martha // Nov 1, 2009 at 10:40 pm
Interessant stuk, Hansje.
Waarom kan Govert niet een van de vaste presentatoren van Met het Oog op Morgen worden? Ik zou luisteren!
10 Brenda // Nov 2, 2009 at 9:51 am
Alles wat hij over ‘presenteren’ zegt maakte hij zelf waar. Hij was de drager van de uitzending. Hij was de vragensteller in dienst van de luisteraar. Brekend nieuws kon je aan hem overlaten.
Altijd fijn om een vakman met liefde over zijn vak te horen spreken.
11 govert van brakel // Nov 2, 2009 at 5:06 pm
Lieve samenstellers en lezers van het Fanlog
hartelijk dank voor alle aardige reacties rond mijn vertrek bij de NOS. Ik word er wat verlegen onder. Via andere kanalen ben ik bedolven onder mails van luisteraars..te veel om persoonlijk te beantwoorden.
Uit alles spreekt nog een groot vertrouwen in de goeie ouwe radio. Dat ik daar een steentje aan heb mogen bijdragen stemt tot grote tevredenheid.
Het Fanlog dank ik in het bijzonder voor de positief-kritische benadering van het Radio-1-Journaal. We (ze nu) kunnen er ons voordeel mee doen. Het ga jullie allen goed.
Als belangstellend lezer kom ik zeker terug op deze site.
Met vriendelijke groet,
govert van brakel
Reageer:
Op de hoogte van de reacties via de RSS 2.0 feed.