Fanlog header image 2

De informatiedramaturg

3 mei 2009 · 8 Reacties

door Jacques Schmitz

 

People prefer radio. Because you get better pictures.“
(Gevleugeld woord bij de BBC-radio)

 

Een verhaal vertellen op de radio. Dat is wat radiomakers dagelijks doen. Het is de kunst van het dramaschrijven, wat de oude Grieken “dramaturgie” noemden. Ze – ook de nieuwsmakers van het Radio 1 Journaal – maken de echte drama’s van onze tijd: oorlogen, rampen, honger en ellende. Maar ook instructieve, onderhoudende, aardige en ernstige zaken. Ze vertellen verhalen, nieuwsverhalen. Met de middelen van het medium radio. Met geluid. De radiomaker – ook de correspondent in z’n uppie in den vreemden – is een “informatiedramaturgen. Iemand die met geluid, tekst, muziek – met alles wat je kan horen – een „drama“ van een paar minuten schept.

Ik begon in Berlijn als correspondent in het toen nog verregaand internetloze tijdperk. Zo’n 15 jaar geleden kon je niet zomaar overal vandaan kwootjes en geluidjes plukken, historische fragmenten sprokkelen en audiofiles googlen. Daarvoor moest je naar het archief. Een tijdrovende bezigheid. Met de S-Bahn heel Berlijn door naar station Bundesplatz, want daar zat DeutschlandRadio, het Berlijnse zusje van de DeutschlandFunk, de enige Duitslandbrede radiozender.

Fragment 1

Wat een ouderwetse, in deze tijd eigenlijk ontoelaatbare manier van radiomaken. De aankondiging van het actualiteitenprogramma en dan volgt er eerst een minuutje of wat nietszeggende muziek. Zulke ouderwets vormgegeven “stoomradio” maakten ze daar. En vaak ook nu nog. Het radio-archief zat na de Duitse eenwording in het gebouw van de RIAS, de oude Radio im Amerikanischen Sektor. Typerend voor hun opvattingen over radiomaken was – vond ik – dat ze het archief consequent Wortarchiv noemden, niet geluidsarchief. Ondanks een lange en mooie traditie van hoorspelen en features was de radio toch vooral gesproken woord. Ouderwetse “Dampfradio”. Zelfs een kwootje was al haast een frivole aangelegenheid.

Fragment 2

Een recht stukje, platte tekst, alles bij elkaar 2 minuten en 23 seconden! Je kan je niet meer voorstellen dat er in het R1J tegenwoordig zo’n grote bak gesproken woord over de luisteraar zou worden uitgestort. Misschien vonden ze dat bij de DeutschlandFunk ook wel een beetje lang en hebben daarom de tekst ietwat “opgeleukt” door er een kwootje van een Japanse minister in te verwerken. Onnavolgbaar, oninformatief, onzinnig. Het citaat duurde – ik heb het nagemeten – precies één-en-achthonderdste seconde. Waarmee waarschijnlijk het wereldrecord “kortebaankwoot” voor lange tijd is gevestigd. Zó moet het dus niet.

Het is natuurlijk makkelijk lachen over zulk aftandse Duitse radio, maar doen wij het zoveel beter? Vaak wel. Er is bij het R1J al vele jaren een cultuur waarin creatieve, beeldende radio hoog staat aangeschreven. Het is al sinds de oprichting in 1995 een thema. En er worden soms ook echt mooie reportages gemaakt. Ook door NOS-correspondenten.

Fragment 3

Maar laten we eerlijk zijn. Mooie reportages uit binnen- en buitenland zijn vaak het eenzame radiofonische hoogtepunt van een uitzending. Zozeer dat het Fanlog al uit z’n bol gaat, wanneer er iemand buiten Hilversum ergens een microfoon heeft bijgehouden. De dagelijkse doorsnee is: Een mannetje of vrouwtje in de studio, een lijntje met een verslaggever, hier en daar een kwootje en dan vooral veel telefoongesprekken.

Het zoveelste kruisgesprek. Ik heb er niks op tegen, hoor. In de hektiek van het nieuws is het een perfekte, snelle vorm om op actuele gebeurtenissen te reageren. Een deskundige correspondent vertelt heet van de naald wat er zojuist gebeurd is en levert ook nog een professionele duiding van het gebeuren. Dat is soms een droge opsomming van een rijtje feiten. Maar eigenlijk is zo’n kruisgesprek óók een “verhaal vertellen op de radio”.

Fragment 4

Dat is toch heerlijk om naar te luisteren. Een verhaal met zinvolle informatie en smakelijke details. Het zijn alleen maar “words, words, words”, maar wel zó verteld dat de luisteraar de hongerstakende president ziet zitten, omringd door z’n getrouwen, hongerstakende vakbondsbobo’s. Dat is wat ze in Duitsland “Kino im Kopf” noemen, bioscoop in je hoofd. Maar niet elke correspondent is in de wieg gelegd als “lekkere kletstante”. Ikzelf – een meer secundair reagerend type – moest het toch altijd van een zorgvuldige voorbereiding en tekstuele houvast hebben. Correspondenten en bureauredacteuren (die samen een kruisgesprek voorbereiden) moeten zich dan dus goed realiseren, dat ze bezig zijn om een verhaal op te zetten. Ook een kwestie van dramaturgie.

Andere radiovormen dan het kruisgesprek zijn nog veel geschikter om bij de luisteraar beelden op te roepen. Zogenaamde “tekst-kwoot” verhalen, die met tekst, kwoots, geluid en muziek aan het bureau in elkaar worden gezet. Of reportages op locatie waarin de correspondent vertelt wat ie ziet.

Fragment 5

Daar is deze correspondente goed in, beeldend vertellen wat ze ziet. De luisteraar kijkt door haar ogen en loopt met haar mee door het voorheen door terroristen overvallen hotel in Mumbai. Ter plekke vertellen is daarom altijd beter dan achteraf in een clinische studio-atmosfeer een paar stijve tekstjes inspreken.

Nóg mooier is het wanneer zo’n verhaal ook met geluid verteld wordt. Deze Mumbai-reportage begint niet met een pakkende, beeldende kop, waarin het verhaal al met geluidsfragmenten in het kort wordt neergezet. De luisteraar wordt door zo’n begin als het ware de reportage ingetrokken en zit midden in de “film” – bioscoop in je hoofd. Geluid, muziek, atmosfeer, emoties – een mooi gemonteerde combinatie van al die elementen vertelt het verhaal. Want ook zulke geluidsfragmenten zijn informatiedragers, niet alleen de tekst.

Twee jaar geleden hield ik op de correspondentendagen van de NOS ook een voordracht, toen over het maken van zogenaamde “hoorcolumns”. Een van de voorbeelden die ik toen gebruikte, illustreert hoe geluid en muziek het verhaal kunnen vertellen. Het ging om een column over “Gammelfleisch”, een vleesschandaal in Beieren, met deze inleidende tekst.

Fragment 6

Het is een droge begintekst. Eigenlijk best een goeie radiotekst en ook niet eens bar slecht gelezen. Het is de licht ironisch toon die hier de muziek maakt. Maar gecombineerd met een montage vol muziekjes, geluidjes, een kwootje, de glaasjes die hoorbaar worden ingeschonken en proostende mafiosi ontstaat er een beeld in je hoofd.

Fragment 7

Vijftig seconden aan de kop van een verhaal is tegenwoordig misschien een beetje lang (radiobijdrages worden tenslotte steeds korter), maar er zit ook veel in. Dit begin roept een sfeer op van stiekem gekonkel, van mafiose achterkamertjes. En dát is waar deze column over gaat. De luisteraar ziet het voor zich. Het is de ondertoon, de radiofonische subtekst, die niet alleen de muziek maakt, maar ook informatie overdraagt.

Je hoort ook wel eens iets anders op de radio. Het ergste voorbeeld van stoomradio zijn van de reportages, bij voorkeur uit een derdewereldland, zoals ik die vaak genoeg op de Duitse radio hoor. De bijdrage begint dan met 5 sekonden straatgeluid, wat dan snel wordt weggedraaid om plaats te maken voor de correspondent. En die vertelt dan in de studio zonder storend bijgeluid hoe druk het wel niet was in de straten van – pakweg – Mumbai.

Zo moet het dus niet. Nooit nóg eens vertellen wat de luisteraar al hoort. Het geluid vertelt zelf zijn eigen verhaal. Om eerlijk en rechtvaardig te zijn: Er zijn echt wel Duitse radiocollega’s die dat weten. Een mooi voorbeeld – van haast associatieve radio – vind ik een aflevering van “60 x Deutschland”, een serie over zestig jaar Bondsrepubliek en DDR. Deze aflevering van de collega’s van Inforadio – zeg maar het R1J van de ARD-omroep RBB – gaat over 1967. Het jaar waarin de sjah van Perzie met zijn Farah Diba naar Berlijn kwam, de studenten daartegen demonstreerden en de politie Benno Ohnesorg doodschoot. Twee minuten (pakweg) zonder tekst!

Fragment 8

Dat vind ik nou mooi radio. Een collage geluidsfragmenten (bijna) zonder verbindende tekst. Goed, het zijn goeddeels historische fragmenten waarin allerlei betrokkenen het verhaal vertellen – tekst dus. Maar de fragmenten en de sprekers worden niet nog eens apart aangekondigd en ingeleid. De sfeer, de emoties, de discussies, de gebeurtenissen, ze spreken voor zich en vertellen zelf het hele verhaal.

Maar wat te doen, wanneer je nauwelijks of geen geluidsfragmenten hebt? Zo’n tien jaar geleden stond ik zelf voor dat probleem toen ik voor een NOS-serie ook een reportage zou maken over het jaar 1967, de sjah, de studenten, de politie en Benno Ohnesorg. Twee minuten (pakweg) zonder geluid!

Fragment 9

Zonder een spat geluid de luisteraar toch meenemen naar de tijd en de plek waar het allemaal gebeurde, hoe doe je dat? Je verzint een list: Ik speelde als verslaggever de gebeurtenis na. Een list waarmee ik volgens een van de NOS-collega’s de kluit luisteraars belazerde. Ik vind van niet, want het gaat hier om een stijlmiddel, dat voor de luisteraar ook als zodanig identificeerbaar is. Het is een manier om een stukje van het verhaal te vertellen. Om dat duidelijk te maken, heb ik aan het slot van dit fragment ook de overgang naar de terugblikkende groene politicus Hans-Christian Ströbele laten staan, die als betrokkene de betogingen van ’67 heeft meebeleefd. De passend dramatische muziek komt van de Beatlessong “A day in the life”. Niet toevallig trouwens. Het is de laatste song op “Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band”, de beroemde Beatles-lp die werd uitgebracht op 2 juni 1967. Precies de dag waarop Benno Ohnesorg door een gerichte politiekogel moest sterven.

Geluidjes, muziekjes, trucjes, experimentjes. Te vaak hoor je in Hilversum in dat verband de term “opleuken” vallen. Dat ergert me mateloos. Ik vind dat een denigrerende uitdrukking. Alsof radiofonische middelen alleen maar vrolijk gekleurde pakpapiertjes zijn. De serieuze (tekst) boodschap moet zo leuker en lekkerder gemaakt worden. Lichtverteerbaar. Of zulke bijdragen zijn bijvoorbaat al alleen maar als divertissement gedacht. Als moment waarop de luisteraar even een adempauze wordt gegund. Zo wordt er een onpassend onderscheid gemaakt tussen “leuk” en “serieus” radio. Worden de radiotypische middelen van dit medium alleen voor “radio light” gereserveerd, dan maakt “heavy radio” van je hoofd nooit meer een bioscoop.

Het kan wel, leuk én serieus. Bijvoorbeeld de “Wurfsendungen” van DeutschlandRadio Kultur, het culturele zusje van de DeutschlandFunk. Dat zijn onvoorspelbare en onverwachte pakketjes die de luisteraar toegeworpen krijgt. Strooigoed, zeg maar, tussen de andere onderwerpen door. Extreem korte stukjes tussen de 15 en 45 sekonden.

Fragment 10

Een mini-serietje rond dokter Freud en dokter Zhivago, die in hun ziekenhuis worden opgeroepen naar de kraamafdeling te komen. Even een kort geintje, passend bij het belezen publiek van een culturele zender. Er wordt niet naar het item toegepraat door een presentator. Alleen een korte tune. En dan wordt het de luisteraar toegeworpen. Het brengt zijn verwachtingspatroon doorelkaar en kan aan aanzetje tot nadenken zijn.

Fragment 11

Waarom zou zoiets niet ook op een informatieve zender kunnen? Kort strooigoed over actuele thema’s. Af en toe, op onverwachte momenten, niet op vaste tijden. Even een accentje zetten. Even een klein stukje radiobioscoop.

 

*

 

 

Jacques Schmitz hield zijn “lezing met klankbeelden” voor NOS-correspondenten, die in april voor de correspondentendagen in Hilversum waren. Hij heeft die voordracht speciaal voor het Fanlog bewerkt.

 

Tags: Algemeen

  • 1 Jaap // Mei 3, 2009 at 8:05 am

    Wat mij betreft een ultieme Fanlogbijdrage. De grammatica van het radioverslag door het oog van de insider, over de middelen die kunnen worden ingezet, de effecten, het resultaat. Niet het wat maar het hoe van radiomaken, dat is precies waar we als Radio 1 fan meer van willen weten/begrijpen. De vele verhelderende varianten die de revue passeren.
    Van dit soort analyses, veel te schaars, lust ik tien borden pap. Veel dank dus aan Jacques Schmitz.

  • 2 Crullmeis // Mei 3, 2009 at 1:39 pm

    Het lijkt wel op een college radio-semiotiek, heel interessant!

  • 3 Brenda // Mei 3, 2009 at 4:54 pm

    Een prachtige cursus radiomaken.
    Dank je wel, Jacques.

  • 4 Hansje // Mei 3, 2009 at 5:05 pm

    Fantastisch, zo’n kijkje in de professionele radiokeuken. Fanlog is reuze trots dat je dit stuk voor ons hebt gemaakt, Jacques!

  • 5 yoap // Mei 5, 2009 at 8:58 am

    Fijn zo’n mofkont die het fanlog bijstaat. en helemaal mee eens dat de goede radioreportage een heel mooie ontwikkeleing doormaakt door steeds filmischer te worden.

    Wat is de opinie van de meester over het participerendere karakter, (zie uitspraken Ko Colijn bij uitreiking Prix de Roef)?

  • 6 Jacques // Mei 5, 2009 at 4:00 pm

    Dankje Yoap en alle anderen voor jullie enthousiaste reacties. Het is leuk om te zien/horen hoe niet alleen makers, maar ook luisteraars nadenken over hoe radio nou eigenlijk gemaakt wordt.
    Over Colijn kan ik (nog) niks zeggen, want ook dit keer was ik er niet bij. Zelfs de uitreiking op de vorige correspondentendagen – toen ik zelf met dit prijsje werd beloond – heb ik gemist. Toen was ik maar eens vroeg naar bed… :-)

  • 7 marieke middelkoop // Jun 5, 2009 at 9:41 am

    Hallo Jacques, via de vpro-gids op fanlog terecht gekomen om je cursus radiomaken te horen. Interessant, en een grote glimlach nalatend. Ik maak zelf nog wel eens ‘radio’ met leerlingen en (ook wat tekst bij foto’s betreft trouwens) het motto is altijd: ‘niet vertellen wat je al kunt horen/zien’. Herkenbaar dus. Vooral het fragment met de Beatles sprak me aan. Ik herkende je stem trouwens niet, wat me verontrustte. Maar het is ook al 25 jaar geleden dat ik je ‘live’ gesproken heb.

  • 8 Tjaja Mirand & Loek Koster // Jun 7, 2009 at 3:09 pm

    Geweldig. Heel, heel erg bedankt. dit is wat we zochten.

    Radio Patrin is een radio in oprichting met, voor en door Sinti & Roma’s (zigeuners) en geïnteresseerden.
    Even als Nederlanders met bijvoorbeeld een Turkse of Marokkaanse achtergrond kampen Sinti & Roma’s met een aantal sociale stigma’s. Daarom vinden we het belangrijk dat naast de bekende opvattingen wij door middel van een andere geluid zelf als informatie bron fungeren over de Zigeunercultuur, sociale onderwerpen, en evenementen.
    Elke gemeenschap kent zijn serieuze knelpunten en succes verhalen dat is bij ons niet anders.

    Via http://www.salto.nl >> Wereld FM >> Radio Patrin, zenden we 4 uur per week uit en volgend jaar wellicht heel de week. En er staan nog grotere dingen te gebeuren.

    Over Sinti & Roma muziek kunnen ondergetekenden veel verhalen.
    Maar Radio maken is echt “Different Cook”. Zeker als er in verschillende talen als het Romanisch (zigeunertaal), Nederlands en Engels wordt uitgezonden.

    We beschikken over een aantal professionele radiomakers, en die zitten dan ook tot hun oren in het werk. Daarom is deze inleiding voor de toekomstige potentials een geschenk uit de hemel.
    Dankjulliewel, met name Jacques Schmitz.

    We houden ons aanbevolen voor meer info of gelijke Workshop.
    Eerlijkheidshalve ook dank aan de VPRO Gids, via hun ben ik bij Jacques Schmitz en R1J gekomen.

    Boet Bach (veel geluk)
    Tjaja Mirando & Loek Koster

Reageer:

Op de hoogte van de reacties via de RSS 2.0 feed.