Juweeltje in de vroege ochtend: Jeroen Wielaert die in Paramaribo Anil Ramdas interviewt. Een minutenlange aaneenschakeling van poëtisch beeldende vragen en al even zorgvuldig geformuleerde welluidende antwoorden.
Onderwerp van gesprek is Ramdas’ nieuwe boek, Paramaribo, de vrolijkste stad in de jungle. Een verslag van het jaar van de schrijvers terugkeer naar Suriname en ondanks de speelse ondertitel, bepaald geen optimistisch boek.
Wielaert opent met een citaat uit het gedicht Mijn land, van de Surinaamse dichter Gerrit Barron, een onvoorwaardelijke ode aan Suriname (Ik kan slechts leven in dit jouw land mijn land dit regenboogland Suriname). Ramdas vind het een dramatisch vertoon van liefde, geschreven door iemand die ondanks alles verliefd is. Dat is niet vol te houden,meent Ramdas. Op een bepald moment moet je je ogen open doen en erkennen dat er echt iets mis is.
Wat is er dan mis? Een heleboel, als je het aan Ramdas vraagt. Paramaribo is een stad die van buiten en van binnen een opknapbeurt nodig heeft. De houding, de onverschilligheid, de visieloosheid, de infantilisering, ze zijn de schrijver een doorn in het oog.
Hij herinnert zich het Paramaribo van toen hij wegging in 1977. Leek nog het meest op Haarlem, netjes kort geknipt gras, een beetje kleinburgerlijk. Dat was toen. Nu heeft de juniorisering toegeslagen, de hiphop cultuur die doordringt tot de journalistiek en de politiek. En wie terug probeert te keren wordt scheef aangekeken als een economische vluchteling die er tussenuit piepte toen het slecht ging en nu het wat beter gaat terugkomt. Terwijl die terugkeer juist zo belangrijk is voor Suriname.
Geen vrolijk boek, oppert Wielaert, Nee, beaamt Ramdas, maar ik wilde er een eerlijk boek van maken en geen vrolijk boek, alleen maar omdat Paramaribo zo’n vrolijke stad is.
Ik wil hier meer van, Kan er geen vaste Jeroen-Wielaert-doet-iets-literairs rubriek komen (vrijdagochtend, tien voor half zeven)?

1 Kees de Bakker, uitgever Conserve // Feb 20, 2009 at 8:16 am
Soms krijg je de indruk dat Anil het moeilijker heeft met Anil dan met Paramaribo, Anil God in een klein literair wereldje. Daar is niet mis mee maar het is altijd Anil dit en Anil dat. Dat bleek al toen hij niet geschikt was als directeur van De Balie. Laat Anil maar gewoon een mooi tv-programma maken zoals jaren geleden bi jde VPRO met Stephan Sanders, Blauw Licht meen ik.
Ik ben zelf vijf keer in Paramaribo geweest en het blijft een leuke stad, al is het eigenlijk een heel warm dorp, waar je lekker kunt zwemmen in de Surinamerivier als je met de boot naar Jodensavanna gaat. Dat je daarbij het risico loopt dat je door rijke Hindoestanen wordt lastig gevallen met hun grote boot en een glas whisky in de hand neem je voor lief.
Wie op een andere manier Paramaribo wil leren liefhebben kan het boek Paramaribo van NOS-correspondente Hennah Draaibaar en mijn eigen ‘vaste’ auteur Cynthia Mc Leod(-Ferrier) lezen. Zij beschrijven Paramaribo op een liefdevolle wijze en zonder de arrogantie van de inmiddels verhollandste Anil. De appels vallen ook niet ver van de boom, want ooit zat Anil nog als jongen in de klas van de lerares Nederlands Cynthia Mc Leod… Nu de meestgelezen historica van de geschiedenis van Suriname. Haar roman Hoe duur was de suiker? wordt dan ook niet voor niets verfilmd en zal eind 2010 in de bioscopen in Nederland en Suriname te zien zijn en een jaar later op de Nederlandse televisie.
2 Marc // Jul 9, 2010 at 4:29 pm
neem eens een kijkje op mijn blog waar ik schrijf over mijn reis naar Suriname: http://www.psyan.eu/?s=suriname&searchsubmit=Search
Reageer:
Op de hoogte van de reacties via de RSS 2.0 feed.