Fanlog header image 2

Gio Lippens, onstuimig verslaggever, met balans (deel 1)

6 juli 2008 · 5 Reacties

Door Jaap Vergouwen

Links een steile afgrond, rechts granieten rotsblokken. De kopgroep is begonnen aan de afdaling van de Galibier, een col hors categorie. De renners vallen als bakstenen naar beneden, denderen met 90 kilometer per uur langs de smalle slingerweg naar de finish. Doodsverachting. Het is mistig en de weg is glad, miljoenen radioluisteraars en tv-kijkers houden de adem in. De Tour de France nadert zijn ontknoping.
22.jpgAchter de kopgroep op de motor verslaggever Gio Lippens, die met zijn lichaam de bewegingen volgt van motard Guido van Calster.

Gio geniet.

Maar eerst even terug.
Zo onstuimig en dynamisch als zijn leven later zou worden als wielerverslaggever, zo betrekkelijk rustig is de start van zijn journalistieke carrière.
Begonnen in ‘79 bij de regionale pers – Brabants Dagbad, Winschoter Courant en Arnhemse Courant wordt Gio in ‘89 freelancer bij Langs de Lijn en verschillende omroepen. Al snel wordt hij opgenomen in de rank and files van de sportuitzendingen en in 2000 promoveert hij tot hoofdredacteur van Studio Sport.
Na ruim drie jaar volgt als intermezzo het hoofdredacteurschap van NOS Online, een samenvoeging van Teletekst en Internet.

Het veld in
Maar Gio wilde meer, of liever iets anders dan het grijzige kantoorleven, hij wilde terug het veld in, naar de sport zelf, naar de habitat van de zwetende topsporter, die zich het hart uit het lijf fietst, het zog uit de longen rent. Gio wilde er bíj zijn, ook al omdat hij zelf actief sporter was/is en de sfeer van de arena kende als geen ander. Hij kreeg een vaste aanstelling als verslaggever bij Langs de Lijn en kon zijn hart volgen: wedstrijden verslaan, met wielrennen en atletiek als specialisatie. En tussendoor onder meer studiopresentator van zo veel avonduitzendingen.

Nog even die motor, ben je nooit angstig geweest Gio? Ik herinner me Theo Koomen, die altijd Móóóedertje riep in de afdaling
16.jpg“Nee, angst ken ik niet. Dat is geen verdienste, maar ik heb er gewoon geen last van. En ik hou van snelheid, hoe harder hoe beter. Die combinatie maakt dat ik dit werk kon doen.
Eén keer zijn we gevallen.
In 2000, mijn allereerste Tour op de motor, reden we vanaf Col de Soudet richting Pau in de Pyreneeën. Daar gebeurde het. Bram Hengeveld, mijn motard, miste de bocht terwijl we achter Posthuma aanreden. Het speelde zich af in een splitsecond en eigenlijk stond ik direct op na de val. Bram hield er helaas een verbrijzelde voet aan over. Toen werd Guido van Calster als nieuwe motard ingevlogen en ik heb geen moment de angst gehad dat het misschien opnieuw fout zou kunnen gaan.
Dit jaar wordt het motorwerk gedaan door Sebastiaan Timmerman. Ikzelf doe de finishreportages, samen met Aart Vierhouten, ex-prof en nu voor het eerst in de tourequipe.”

Romantiek
We spreken over de Tour, die hij in totaal negen keer volgde, waarvan zeven keer op de motor en twee keer in een volgauto.
10.jpgWat is toch de fascinatie van zovelen voor de Tour, is een vraag die zich opdringt. Bekend is de romantische visie, die de Tour verbindt met de middeleeuwse queeste van de eenzame en dappere strijder die door onbekend woest landschap trekt, onderweg beren en tijgers verslaat en waar hem bij aankomst de voleindigde verrukking wacht, een brisantmooie jonkvrouw. De rondemiss als het ware.
Of, zoals wielerjournalist Erik Brouwer schreef: “Wielrenners zijn monniken op weg naar genade. Ze zijn op weg naar een stad waar ze nooit zullen aankomen.” 

Kijk jij er ook zo tegenaan?
“Ja, zo’n romantische visie is mij op het lijf geschreven. En het is waar: als je achterop de motor zit ervaar je de dramatiek aan den lijve: je weet nooit wélke beren en tijgers achter de volgende bocht zullen opduiken. Dat is het mythische van de Tour, de onbekendheid, de spanning, het onverwachte.
Én ik kan enorm genieten van de schitterende landschappen die ik voorbij zie trekken, zelfs als ik met een keivaart de berg afraas.”

Wacht even. Waar ieder ander stervensbeangst de ogen naar beneden zou slaan bij zo’n afdaling, zit jij te genieten van het landschap?
“Ja, ik zei het eerder, angst is voor mij geen factor. Dan resteert het pure genieten.”

Minder genieten is het wanneer je weet welke druk op de renners wordt gelegd door sponsors en organisatoren. De arme renners van wie het bovenmenselijke wordt gevraagd en die geacht worden 3500 kilometer te fietsen op niet meer dan een boterham met kaas.

“Ja, die dubbele moraal is inderdaad weerzinwekkend. Van de renners wordt het onmogelijke geëist, want de Tour drijft op heroïek. Zodra een renner in een zwak moment dan een pilletje neemt om aan al die opgeschroefde, van buiten opgelegde verwachtingen te voldoen, wordt hij als vod in de hoek gesmeten. Dat is cru.
Aan de andere kant, doping leidt tot prestatievervalsing en dat willen we ook niet. Het enige alternatief is een sluitende en rechtvaardige dopingcontrole. Daar zijn we langzaam naar op weg, maar de situatie is nog niet ideaal.”

Een ander romantisch aspect is de ondoorzichtigheid van de koers. Daar ergens tussen de bergen voeren de renners een soort esoterisch schouwspel op, dat door mij niet te volgen is wanneer niet jij, Maarten Ducrot of Herbert Dijkstra mij uitleggen wat er speelt. De verslaggever in de rol van het koor in de Griekse tragedie, dat de toeschouwer bijpraat over wat er gebeurd is en welke kant het verhaal uit zal gaan.
“Dat is het verschil tussen de voetbal- of atletiekverslaggever en de wielercommentator. Wanneer bij een voetbalwedstrijd het commentaar zou wegvallen is er niets aan de hand, je kunt de wedstrijd gewoon blijven volgen. Hetzelfde geldt voor de atletiek: je ziet met eigen ogen wie het hardst loopt. Van wat zich werkelijk afspeelt in de koers zie je echter weinig.
19.jpgWielrennen is ondoorzichtig voor de oppervlakkige toeschouwer, het vraagt uitleg. Niet alleen over zaken als ploegentactiek, slechte benen, haperende derailleurs en geloste achterblijvers. Maar ook over de achtergronden, de verhalen die duidelijk maken waarom de koers loopt zoals hij loopt.
Want de Tour is uiteindelijk een opstapeling van verhalen, die dwars door het peloton lopen. Gebeurtenissen uit het verleden, incidenten uit het heden, bijzondere voorvallen, die alles bij elkaar de Tour tot een epos maken dat niet inderdaad makkelijk te lezen is voor de toeschouwer. Wij geven daar commentaar bij als verslaggever, duiden en verduidelijken, dat is onze taak”

5.jpg
Geen gemakkelijke taak, zeker niet als we ons realiseren dat de Tour al lang niet meer dezelfde Tour is als voorheen. Op routine kan geen enkele verslaggever meer varen. De laatste jaren heeft zich, behalve op het gebied van doping en dopingcontrole, een zo complete metamorfose voltrokken in het wielrennen dat er zelfs een nieuw begrip voor is uitgevonden.

Het Nieuwe Wielrennen
Voorbeeld. Vroeger, zo’n  tien, vijftien jaar en nog langer geleden had je de patrons, de absolute alleenheersers in het (Tour)peloton. Merckx, Hinault, Indurain.
Merckx heerste vanaf de voorjaarsklassiekers tot en met de Ronde van Lombardije, vrat alles en iedereen op en liet niemand een kans. De Barbaar werd hij genoemd. Hinault, de patron der patrons sloeg eigenhandig een boerenstaking uiteen tijdens de Tour. Mooie tijden waren het, met heldere hiërarchische lijnen in het peloton. Maar de koers was ook voorspelbaar. De knechten brachten de patrons naar de voet van de berg en dezen maakten het karwei routineus af in de sprint.
Nu is dat allemaal veranderd. En Gio heeft die verandering van dichtbij meegemaakt.

Wat ís het Nieuwe Wielrennen?
“Er zijn twee ontwikkelingen die de koers een ander aanzien hebben gegeven. In de eerste plaats de specialisatie. Het is voor een renner fysiek niet meer mogelijk het hele jaar overal rond te rijden. Dus maken de renners een keuze. Je hebt de etapperenners, die de Giro, de Tour en de Vuelta rijden. Er zijn de renners voor de kleinere eendagswedstrijden, en er zijn renners die de voor- en najaarsklassiekers als specialisme hebben. Karsten Kroon bijvoorbeeld is door CSI ingehuurd uitsluitend voor de grote klassiekers.
Lance Armstrong was een der eersten die koos voor specialisatie, de Tour en niets dan de Tour. En met succes! Zeven overwinningen, een unicum in de Tourhistorie. Later volgden anderen.”

En de tweede ontwikkeling?
“Er is in enkele jaren een compleet nieuwe generatie jonge renners opgestaan. Die zich niet vanzelf neerlegt bij de hiërarchie in het peloton, geneigd is de wetten van het wielrennen aan de laars te lappen en zijn eigen weg gaat. Er is dus nivellering, de grote jongens zijn minder groot en de afstand tot de mindere renners is kleiner geworden.”

 

Waar zijn de grote jongens, de persoonlijkheden dan gebleven?
“Het veranderde wielrennen heeft niet zo zeer met persoonlijkheden te maken maar met de cultuur die veranderd is, ook met de dopingcultuur – zonder te zeggen dat de generatie van vijf jaar geleden tot de oren vol zat met drog. Maar het was voor een jongere renner in die tijd onmogelijk boven de oude meute uit te stijgen. Op het moment dat het er op aan kwam reden de ouderen gewoon 5 km harder dan zij.”

Mede door de doping
“Nou ja, mede door de preparatie. Die is gedemocratiseerd kun je zeggen. Wat je nu ziet is dat het niveau van de toppers net iets is afgevlakt, waardoor jongkies zoals Sebastian Langeveld, Niki Terpstra, Martijn Maaskant veel langer in het spoor rijden. Ze winnen nog geen wedstrijd, maar dat zit er aan te komen. (Drie dagen na ons gesprek wordt Lars Boom, 22 jaar, Nederlands kampioen op de weg. JV)
Het evenwicht van vroeger in de koers is er nu uit, waardoor verrassingen niet uitblijven.
Ik ben alleen bang dat de oude hiërarchische verhoudingen zich weer gaan herstellen. En dan wordt het voor de jongkies weer moeilijker aan te pikken.”

Betekent het Nieuwe Wielrennen dat de koers meer gecontroleerd is dan vroeger of niet?
“Ja, avonturieren is moeilijker geworden. Vroeger kon je ontsnappen en hopen dat zo’n vlucht tot de finish zou reiken. We hebben dat vooral in de Giro een paar keer gezien. Maar in principe rijden ze nu met een soort meetkundige precisie het gat dicht 5 kilometer voor de finish. Daar hebben ze zelfs rekenmodelletjes voor. Maar is er een kopgroep met toppers dan is er nu wel een kans dat jonge onervaren renners meespringen.
Natuurlijk is er meer controle dan vroeger, maar bij zoiets als de Tour kun je vantevoren toch altijd weer redelijk aanwijzen wie er hard gaan rijden.”

Een absolute favoriet is er niet
“Nee. Dat maakt de Tour dit jaar extra spannend.”

Noem eens een paar niet-favorieten die toch voor verrassingen kunnen zorgen?
“Er is een jongen die zich in de Ronde van Zwitserland goed van voren heeft laten zien, Kreutziger, 22 jaar. Cadel Evans natuurlijk, maar ja, die is meteen weer wel-favoriet. Let eens op Laurens ten Dam, klimmer, wint niet maar kan onverwachte dingen doen. Robert Geesink gaat níet naar de Tour, te jong, heel verstandig, wordt een grote maar ze willen hem nu nog even sparen.”

Volgende week zondag 13 juli, deel 2 van dit interview, waarin Gio onder meer vertelt over de omerta in het peloton, de Olympische Spelen en zijn liefde voor het schrijven.

Tags: Interviews

  • 1 Jeanne // Jul 6, 2008 at 8:36 am

    Schitterend verhaal.
    Ideaal om hier de Tour mee in te gaan: twee liefhebbers enthousiast pratend over een passie.

    En fascinerend dat iemand bewust kiest voor actie vs een baan-als-baas.

  • 2 Harrie // Jul 6, 2008 at 10:24 am

    Ja, heel mooi verhaal!
    M’n zoon en ik zullen le quatorze juillet naar jullie zwaaien tijdens de beklimming van de col d’ Hautacam.

  • 3 Hansje // Jul 6, 2008 at 11:41 am

    Heerlijk interview – hier zijn duidelijk twee liefhebbers in gesprek! En ik ben zelf ook een Tourfan (die nog heilig gelooft in de romantiek ervan), dus dat maakt het extra boeiend om te lezen over de achtergronden van en de veranderingen in het wielrennen. Veel plezier in Frankrijk, Gio!

  • 4 Brenda // Jul 6, 2008 at 11:48 am

    Wat een fantastisch interview. Hier zie je wat een extra het geeft, als de interviewer een echte liefhebber is en daar ook nog in prachtige beeldspraak over aan kan kaarten.
    De Tour ga ik verder volgen alsof ik met doodverachting bij Gio en zijn motard achterop de motor zit.

  • 5 Frans Franke // Jul 9, 2010 at 7:33 pm

    de reportage van gio met zijn geweldige stem.
    ik geniet er van elke keer weer opnieuw.

Reageer:

Op de hoogte van de reacties via de RSS 2.0 feed.