Door Hansje Hardenberg
Onlangs heeft Gert-Jan Dennekamp zijn standplaats Brussel ingeruild voor Hilversum. Alle reden om hem eens wat vragen te stellen. Niet alleen over die overstap, maar ook over wat daar allemaal aan vooraf is gegaan. En die vragen wilde hij met alle plezier beantwoorden.
Volgens de NOS-site ging je naar de School voor Journalistiek omdat je dol was op schrijven. Toch ben je overgestapt naar radio en televisie. Hoe is die ommezwaai tot stand gekomen?
Weet ik eigenlijk niet precies meer. Het vak radio boeide mij aanvankelijk niet echt. Ik heb in die jaren wel veel geschreven, maar uiteindelijk toch gekozen voor een afstudeerproject voor televisie. Pas later, toen ik tijdelijk bij Hier en Nu radio werkte, werd ik besmet door het radiovirus. Dat virus zit er nog steeds, Radio is een heerlijk medium. Snel en overal aanwezig. Er is altijd wel een radio in de buurt, zeker nu de meeste telefoons ook uitgerust zijn met een radio. Om die reden ben ik ook geen ipod man, daar zit geen radio op.
‘Terug uit Brussel’ lezen we zomaar ineens. Dat was wel even schrikken. Vanwaar dat besluit?
Na bijna elf jaar in Brussel was het tijd voor iets nieuws. Je moet iets anders gaan doen voordat je werk een sleur wordt. En na zoveel jaren is het goed om ook weer eens in Nederland te wonen. Hier wonen tenslotte de mensen waar wij ons programma voor maken.
Wat ga je nu doen?
Onderzoeksjournalistiek. Ik krijg de tijd om – ik hoop – mooie verhalen uit te zoeken. Een spannende nieuwe uitdaging.
Voordat je in Brussel werkte, was je vijf jaar correspondent in Rusland. Daarover schrijf je op de NOS-site: “Het fascinerende aan het werk is dat je verslag doet van gebeurtenissen die belangrijk zullen zijn in de geschiedenis. Je loopt zelf rond in het verhaal.” Datzelfde – verslag doen van gebeurtenissen die belangrijk zijn in de geschiedenis – geldt natuurlijk ook voor je werk in Brussel, waar je ‘Europa’ zag groeien en veranderen. Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen tussen die twee perioden, wat de inhoud van je werk betreft?
De stap van Moskou naar Brussel was min of meer toevallig. Maar ook een contrastrijke. Moskou was een hoofdstad in beweging. De Sovjet Unie was kort daarvoor ineengestort. Politiek en economisch zochten de nu onafhankelijke landen een eigen weg. In Moskou vertel je over de ontwikkelingen van een afstand. En die verhalen worden vooral verwoord door de gewone burgers. De levens van die mensen waren het verhaal.
In Brussel is het werk totaal anders. In Brussel ben je veel meer onderdeel van het verhaal. Het is een post waar je veel politieke gebeurtenissen verslaat. Gewone mensen zie ik daar maar af en toe. Soms reis je naar Nederland of naar andere plaatsen om te horen hoe de besluiten in de praktijk uitwerken. Maar in veel gevallen wordt je omringd door ambtenaren, woordvoerders en politici. Brussel was ook een plek in beweging, maar een omgekeerde beweging. De landen uit het Warschaupact wilden bij Europa horen. Brussel groeide. In Moskou en Brussel is er de afgelopen jaren veel gebeurd en ik was er bij, dat zie ik als een cadeau.
En wat zijn de overeenkomsten en verschillen wat betreft zaken als de omstandigheden waarin je werkte en leefde?
De eerste weken in België waren een sensatie. Geen gaten in de weg, geen agent op ieder kruispunt die zijn stok omhoog kon steken om je aan te houden voor een overtreding waarvan je niet eens wist dat je hem kon begaan. sommige collega’s klaagden over de bureaucratie in België. Wij lachten daar toen om. Hoezo bureaucratie, de mensen zijn betrouwbaar, voorspelbaar en uiteindelijk nemen ze hun verantwoordelijkheid. Dat was in Rusland zo anders. Natuurlijk ga je die chaos in Rusland ook missen. Rusland was een avontuur. België heel voorspelbaar.
Wat is je van die 15 jaar in het buitenland het meest bijgebleven? Als je het vergelijk met het leven in Nederland?
In Tsjetjenië zag ik kinderen door een kapotte stad dwalen. Jongens van de leeftijd van mijn zoon, hun toekomst platgewalst, geen school meer, geen museum of dierentuin. Alleen de geur van stof. Hoe sterk moet je zijn om dat waardig te overleven… Stel je voor: Grozny aan de Amstel. Dat is mij het meest bijgebleven, dat de vanzelfsprekendheid waarmee we ons leven leiden helemaal niet zo vanzelfsprekend is.
Tijdens een debat van de VVOJ over ‘het geheim van Brussel’ noemde je Brussel een “walhalla voor onderzoeksjournalisten” en vond je het het jammer dat je zelf weinig tijd had voor “uitzoekprojecten”. Heb je daarover signalen afgegeven binnen de NOS? Heb je een idee waarom er – voor zover wij als luisteraars kunnen beoordelen – zo weinig mee gebeurt? En kun je voorbeelden geven of een tipje van de sluier oplichten mbt wát er zoal ‘speelt’ bij de Europese instanties?
Als je er niet naar zoekt weet je niet of het er is. Maar het is gewoon een soort wiskundige logica. In Brussel lopen er naar verhouding weinig journalisten rond. De journalisten die er zijn werken hard om het dagelijkse nieuws te verslaan. Dan blijft er soms weinig tijd over om wat te peuteren, te zoeken wat er achter die dagelijkse sleur schuilt. In Den Haag en in de algemene binnenland verslaggeving wordt er meer tijd vrijgemaakt voor dat soort onderzoek. Af en toe lukt het wel. Wij hebben de afgelopen jaren verhalen gemaakt over het Europees Parlement en de besteding van europese subsidiegelden.
Ik kom je naam op het internet regelmatig tegen, en dan vooral met betrekking tot debatten met collega’s, o.a. bij DeBuren en Station Europa. Hoe belangrijk vind je die debatten? Blijf je daar ook na je terugkomst aan meedoen? En waar praat je het liefst over: over de onderwerpen die je in je werk tegenkomt of over de uitoefening van het vak?
Ik denk niet dat ik vaak deelneem aan debatten. Station Europa is een programma dat gemaakt wordt door de wereldomroep en daar werken we in Brussel mee samen. Ik zie het niet als mijn taak om Europa te verkopen. Dat moeten anderen maar doen. Ik deed verslag van wat er in Brussel gebeurt. Ik geloof wel dat dat belangrijk genoeg is om daar ook veel aandacht voor te hebben.

Er zijn nog geen reacties op dit bericht
Reageer:
Op de hoogte van de reacties via de RSS 2.0 feed.